|
De Nederlandse Geologische Vereniging huisvest momenteel de werkgroep Cephalopoden
De werkgroep cephalopoden (voorheen ammonietenwerkgroep) is 24
september 1993 tot stand gekomen.
De doelstelling van de werkgroep, waarvan de leden lid zijn van
de NGV, is het uitwisselen van kennis op het gebied van de Klasse
Cephalopoda en in het bijzonder de Onderklasse Ammonoidea.
Direct is de groep enthousiast van start gegaan en de geestdrift
is geen moment verflauwd. Het grote succes is het in 2012 tot stand brengen van STARINGIA 13
waarin in 228 full color pagina's "De Fossiele Cephalopoden van Nederland" worden behandeld.
George Brouwers heeft zijn fossielvondsten zo goed als mogelijk gedetermineerd
en gefotografeerd met vermelding afmeting. Dit alles vindt u samen met ongeveer 260 bezochte en beschreven vindplaatsen
onder deze knop. Het gaat over de jaren 1983
tot en met 2002 waarvan 1992 - 1999 nog niet af zijn.
Ook heeft hij opgezet een woordenlijst in vier talen
met daaraan gekoppeld verklarende tekst betreffende ammonieten. Op deze wijze wordt gestreefd
naar een eensluidend woordgebruik bij publicaties.
1. Bestanddelen van het ammonietenhuis
van A tot Z in vier talen met afbeeldingen
2. Woordenlijst van A tot Z in
vier talen met verklarende tekst van het vakjargon.
Er zijn een aantal geslachten behandeld. Hierdoor werd men wegwijs
in de veelheid van literatuur, leerde men goed te determineren en
werd meer inzicht verkregen in de meningen en stellingen van auteurs.
Aan bod kwamen Hecticoceras, Breistrofferella, Pedioceras,
Bullatimorphites, Hildoceras, Harpoceras, Cleviceras,
Amaltheus, Schloenbachia, Aspidoceras, Crioceratites,
Pleuroceras en Hamites.
Van de hand van Frans C. Kraaijenhagen is in 1992 door de N.G.V.
uitgegeven het boekje
Geologie in Telegramstijl. Dit heeft als basis gediend voor
het onderdeel: De Studie van
Fossielen, Taxonomie en Nomenclatuur. Tevens vindt men hier
een opzet voor het archiveren van fossielen opgezet door George
Brouwers, die zich speciaal bezig houdt met de Onder-Jura. Bij de
naamgeving beginnen de problemen.
Meten is hierbij belangrijk.
Sutuur kan ook behulpzaam zijn.
Het samenstellen van diverse overzichten kan hierbij hulp bieden.
Zie het overzicht opgezet vauit
de Treatise 1957 met daarin opgenomen onderordes, superfamilies,
families, onderfamilies en geslachten (ondergeslachten) met synoniemen
# geplaatst in de tijdschaal van het Lias.
Hetzelfde overzicht uitgaande van de
nieuwe Treatise Howarth 1992. en nogmaals met als uitgangspunt
Schlegelmilch.
Vervolgens een overzicht van de
geologische tijdstabel van het Lias en een opzet uitgaande van
deze tijdstabel waarin opgenomen ammonieten aanwezig in resp. Lias
Alpha, Beta,
Gamma, Delta,
en Epsilon/Zeta uitgaande
van geraadpleegde literatuur.
Ons overleden lid Hans van Diggelen kwam middels berekeningen tot
de conclusie dat in het Albien van Wissant uiteindelijk maar vier
soorten Hamites voorkomen te weten: Hamites rotundus, H.gibossus,
H.attenuatus en H.tenuicostatus. H.maximus en
H.intermedius zijn synoniemen van Hamites gibossus
en H.compressus en H.incurvatus van Hamites attenuatus.
Er kwam vanzelfsprekend ook een aantal andere zaken aan de orde.
Er werd een avond besteed aan zeespiegelfluctuaties en ammonieten.
En een avond aan lithostratigrafie, biostratigrafie en chronostratigrafie.
Er is veel aandacht besteed aan diverse onderdelen uit het recent
verschenen werk Ammonoid Paleobiology van Neil H.Landman, Kazushige
Tanabe en Richard Davis.
De plaats van samenkomst is Museum Hofland in Laren.
|